De desillusies van science fiction


Zowel de mens alsook dieren maken gebruik van gereedschappen. We kennen allemaal wel de apen die met een stok, mieren uit een mierennest halen. Als mens gebruikten we in de steentijd al steenbijlen, later gebruikten we koper en brons en ten slotte konden we ijzer smelten en vervormen. De hegemonie van de mens bestaat vooral uit de kunst om geavanceerde gereedschappen te maken en te gebruiken. Maar gereedschappen vragen zowel lichamelijke inspanning als geestelijke sturing en aandacht.

Na het agrarische tijdperk, toen negentig procent van de mensen in de landbouw werkte, deed de industrialisatie zijn intrede. Mechanisering en deels automatisering van de gereedschappen die we eerder alleen met mens- en dierkracht konden gebruiken. Maar nog steeds waren het in basis gereedschappen die we met onze eigen intelligentie moesten aansturen. Ook in de huidige dienstenmaatschappij gebruiken we nog steeds gereedschappen, hoewel in toenemende mate elektrisch, elektronisch en gedigitaliseerd.

Van fysiek naar digitaal gereedschap
Toen de computer zijn intrede deed, digitaliseerden we met Windows ons fysieke bureaublad, waarop wij ooit allerhande administratieve gereedschappen gebruikten; van pen en potlood tot nietmachine en van hangmap tot type- en rekenmachine. Maar nog steeds bleven het fundamenteel ‘gereedschappen’ die wij met – weliswaar beperkte – menskracht en eigen intelligentie moesten aansturen. U typt nog steeds uw brief met een toetsenbord. U verzamelt met de muis documenten in een hangmap. Met vingergebaren verstuurt u uw brief.

Hoe digitaal we ook zijn, met onze handen en vingers bedienen we de digitale gereedschappen waarmee we ons omringen. Een brief schrijven door uw gedachten uit te spreken waarna een keurig bericht voor derden ontstaat, is nog lastig te realiseren. Met uw gedachten en stem-aanwijzingen een nette presentatie maken, is nog toekomst. Zelfs de digitale assistenten op uw telefoon zijn nog gebrekkig in het (kunnen) aansturen van allerhande processen om ons heen.

Van gereedschap naar ondersteunend proces
We staan echter op een kantelpunt dat we onze digitale gereedschappen verder kunnen automatiseren. Dat administratie automatisch gebeurt. Dat ingesproken tekstberichten en boodschappen netjes bij de geadresseerden worden afgeleverd. Dat onze telefoon onze omgeving gaat aansturen, deuren vanzelf opengaan en boodschappen worden afgerekend. Dat we zelf een onderdeel van een digitale wereld worden, daarbij volkomen worden ondersteund en geen eigen gereedschappen meer nodig hebben.

De werkelijke overgang van een fysieke dienstenmaatschappij naar een volkomen digitale wereld. Waar iedereen een digitale identiteit heeft waarmee zij of hij processen om zich heen automatisch aanstuurt en commando’s geeft. Op sommige plaatsen zijn we al dicht bij deze situatie. Moderne webshops begrijpen steeds beter wie u bent en wat u wel en niet wilt; een geautomatiseerd proces waar geen mens meer aan te pas komt. Met stemcommando’s boodschappen doen, betalen en logistiek regelen, is in de praktijk al uitvoerbaar.

Sciencefiction of werkelijkheid?
Omringende techniek kan ons steeds meer in de watten leggen. Als digitale ‘slaven’ omringen zij ons en we bedienen ze met oogwenk of bevel. Maar het is echter tevens realistisch te bedenken dat waarschijnlijk nog decennia voorbij zullen gaan, voordat dit overal werkelijkheid is geworden.

Hoewel we in de jaren zestig van de vorige eeuw al met uiterst simpele elektronica naar de maan konden vliegen, begint de ruimtevaart – vijftig jaar later – volwassen te worden en ontwikkelt men nu pas commerciële ruimtereizen. Net zoals de auto en het vliegtuig begin vorige eeuw rudimentair beschikbaar waren, kwamen ze pas vijftig jaar later voor elke burger commercieel binnen bereik.

Transitie: hoop of hype?
Zou het de nieuwe digitale en energietransitie ook zo vergaan? Mogen we ons nog slechts verlekkeren aan de nieuwe, digitale mogelijkheden terwijl we nog vele decennia nodig hebben om dat integraal te implementeren? Geldt dat ook voor hernieuwbare energievoorziening?

De eerste aardgasaansluiting in Nederland werd in 1951 in Coevorden gerealiseerd. In steden gebruikte men al vaak stadsgas, gemaakt door kolen zonder toetreding van zuurstof te verhitten. De eerste gasfabrieken en bijbehorende stadsgasinfrastructuur dateren uit de eerste helft van de 19e eeuw. De rest van het land stookte een eeuw later nog steeds op turf, kolen of olie. Toen in de jaren zeventig werd besloten heel Nederland van aardgas te voorzien, ontstonden er stakingen en demonstaties van kolenboeren en oliehandelaren die hun handel zagen verdwijnen. Uiteindelijk duurde het nog twintig jaar voordat heel Nederland gebruik kon maken van aardgas. Op dit moment heeft 98 procent van alle huishoudens een aardgasaansluiting en zorgt aardgas voor 42 procent van alle energie die we gebruiken. Daarnaast is het de minst vervuilende fossiele brandstof die er is en heeft een zeer hoge exergie (zie mijn vorige blog hierover). Zeker als we dat gas in brandstofcellen zouden gaan gebruiken.

Procenten van procenten
Nu, vijftig jaar later praten over het afkoppelen van aardgas, terwijl het ons vijftig tot honderd jaar heeft gekost om deze gasinfrastructuur aan te leggen. Net als volledige digitalisering, lijkt ook de energietransitie meer tijd nodig te hebben dan velen in hun onschuldige enthousiasme denken. Hernieuwbare elektriciteit is nog maar 12 procent van ons totale elektriciteitsgebruik, terwijl elektriciteit slechts 16 procent van onze energiebehoefte dekt. Dat wil zeggen dat minder dan 2 procent van ons totale energieverbruik momenteel door herwinbare energie wordt geleverd.

Als we elk jaar zouden (kunnen) toevoegen wat we het afgelopen decennium hernieuwbaar hebben opgebouwd, kost het nog 24 jaar tot we vijftig procent hernieuwbaar hebben. En nog eens vijftig jaar tot we de utopische honderd procent bereiken. Het is slimmer de transitie te versnellen door energie te besparen. Dat is technisch en economisch een stuk makkelijker; en dus veel realistischer.

Alles heeft zijn ritme
Mijn stelling is dat we in een vergelijkbare tijd leven als in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. We vlogen al naar de maan, bouwden het huis van de toekomst, hadden de supersonische Concorde, schreven in 1948 over ‘Big Brother is watching you’ en bouwden in 1960 de eerste supercomputers. En Isaac Asimov schreef korte verhalen over de huishoudrobots die binnen enkele jaren in onze woonkamer zouden moeten rondlopen.

Vijftig jaar later vliegen we niet meer naar de maan omdat het te kostbaar en gevaarlijk bleek. Vliegt de Concorde niet meer, omdat supersonisch vliegen toch wel heel duur en gevaarlijk bleek. Is Big Brother ons sinds kort pas via het internet aan het (achter)volgen, hebben de eerste commerciële huishoudrobots hun levenslicht gezien en is het (digitale) huis van de toekomst eindelijk bereikbaar voor iedereen. Na een korte periode van snelle ontwikkeling blijken er altijd nog decennia nodig te zijn om die moderne techniek robuust, betrouwbaar, betaalbaar en schaalbaar beschikbaar te krijgen.

Ik ben bang dat al onze mooie verwachtingen van de digitale maatschappij, de digitale economie, de hernieuwbare energietransitie en een situatie waarin wij omringd en verwend worden door digitale ’slaven’, nog veel verder weg is dan velen veronderstellen. Ons heelal en onze natuur zijn gebaseerd op lange golven en S-curven en slechts op kortstondige exponentiele ontwikkelingen zoals het begin van de hype-curve. Na opwindende verwachtingen wacht eerst nog een periode van desillusies voordat werkelijke productiviteit wordt bereikt. Leuker kan ik het niet maken…

The post De desillusies van science fiction appeared first on Datacentered.

Laat een reactie achter